Een tijdloos kerstverhaal

 

Een tijdloos kerstverhaal.

 

 

Sytze Dijkstra was een eenzaam mens. Hij had geen vrouw of kinderen, hij had geen vrienden. Hij had geld! Ja, hij was rijk en geleerd. Misschien was hij wel de knapste man van het dorp, vonden de boeren. Notaris Dijkstra had veel invloed en macht. Bijna niemand durfde hem tegen te spreken.

 

Hij had als notaris zoveel slechts in de mensen gezien: dat familieleden elkaar bedrogen en dat ze zó oneerlijk waren.

Hij vertrouwde niemand meer. Ja, toch, één man vertrouwde hij.

Dat was boer van der Meij. Maar die was dan ook de enige!

 


 

Sytze Dijkstra zat in zijn kamer voor zijn bureau. En hij zat te mopperen. Zo in z'n eentje te mopperen tegen iedereen. Het was dan ook een avond om je te ergeren aan de mensen.
Zo'n kerstavond, als al die mensen opeens zo braaf doen en naar de kerk gaan en kerstbomen versieren en kaarsen aansteken. Nee, dan had hij ze anders leren kennen…
Wat wilden die mensen toch? Dachten ze dat ze nú beter waren dan gisteren? Was de wereld nu ineens beter? Was hij beter? Hij stond op en liep met de handen in de zakken de kamer op en neer…op …en neer. "Ik ga er uit!", zei hij nijdig… liep naar de gang en trok zijn jas aan. Wat blafte de hond toch! Wie zou er nu nog aan de deur zijn? De notaris deed de deur open en Cesar, de hond stoof langs hem heen op de late bezoeker af. Bij het hek stond een kind.
"Hier Cesar!", riep de notaris. Maar het was niet nodig. De hond bleef staan en het kind was niet bang. Samen liepen ze naar de notaris. Eigenaardig dat het dier kinderen nooit iets deed… als ze maar niet plaagden! "Wat is er ventje?", vroeg de notaris. Tegen kinderen was hij altijd vriendelijk. Die waren nog niet zo bedorven als grote mensen.
"Mag ik een paar takjes van de dennenboom, meneer de notaris?" "Ja hoor, haal er maar wat af. Hebben jullie geen kerstboom?" "Nee, m'n vader vindt het zo duur en m'n moeder heeft gezegd: "Ga maar naar mijnheer de notaris. Die heeft een boom en daar doet hij toch niets mee!"


Sytze Dijkstra had plezier in dat jongetje. Hij glimlachte en vroeg: "Heb je kaarsen?" "Nee, meneer de notaris." "Nu, kom dan eens mee, dan krijg je van mij een kaars." En samen gingen ze naar binnen. In de kamer stond een groot bureau en uit de lade haalde de notaris een pak kaarsen en hij nam er drie uit. "Die is voor je vader, die voor je moeder en die… is voor jou."

 

Mag ik er eentje aansteken?" "Natuurlijk!" En de notaris haalde nog een kaars uit het pak en de jongen stak de kaars aan. "Hoe heet je?" "Douwe, meneer de notaris." Met grote ogen keek hij naar het vlammetje en lachte.
"Nu Douwe, neem je kaarsen mee en pluk maar wat groen. Maar niet de hele boom leeghalen!" Toen knipte de notaris het licht uit en ging met Douwe naar buiten.
Hè, hij voelde zich ineens wat vrolijker. Dat kwam door die Douwe. Ja, als de mensen waren zoals kinderen zijn, 'eerlijk', dan was de wereld zo slecht niet.

Zo liep Sytze Dijkstra te denken, hij mopperde niet meer. Hij kwam langs huizen in het dorp waar kerstbomen stonden, grote, ook wel kleine, met heel veel lichtjes, soms weinig. "Och, dacht hij, voor kinderen wel aardig maar wat vonden de grote mensen daar aan?" Hij kwam aan het eind van de dorpsstraat. Waar nu heen? Laat ik eens naar boer van der Meij gaan. "Die doet aan die onzin niet mee. Dat is een man die ook gezien heeft hoe de mensen zijn. Hij kwam van een grote boerenfamilie, hij was de jongste zoon. Na de dood van zijn vader werd de erfenis verdeeld en de familie is zo aan het verdelen en procederen gegaan, dat er voor hem weinig overschoot."

 

Bij de boerderij aangekomen, stapte de notaris de stal binnen. Wat donker was het daar. Alleen maar een stallantaarn aan. "Van der Meij", riep hij. "Ja, hier!" "Wat zit je in het donker man! Licht defect?" "Nee notaris, maar het is Kerstmis! Ik wil ook in de stal kerstfeest vieren. Kaarsen zijn te gevaarlijk bij het hooi, daarom brandt hier de stallantaarn." De notaris wist niet wat hij moest zeggen. "En wat heb je daar nu gedaan? Een bel? Heeft die blaar een bel om z'n nek?" "Ja, m'n vader hing de beste van de koeien altijd een bel om. En die heb ik geërfd. En daar ben ik blij mee en ik ben er zuinig op. Alleen met Kerstmis gebruik ik hem. Hoor eens wat een mooi geluid! Machtig mooi notaris."


En ja, Sytze Dijkstra hoorde het. Het was mooi, bijna plechtig in deze stal. "Zo, dat is aardig bedacht", zei de notaris." "Oh, dat heb ik niet bedacht, dat deed ik zo maar, vanzelf. Ik weet niet hoe ik erbij kwam. Iedereen viert Kerstmis op zijn manier."
"Ja, dat jij dat doet kan ik begrijpen, maar al die mensen, ach jij kent ze even goed als ik, zien die nu wel iets van het goede, van het licht in de wereld?" "Notaris, wij hebben elkaar altijd goed begrepen, maar één ding begrijp ik niet van u. Dat u niet wilt zien, wat mijn kleine kinderen wél kunnen zien. U hebt daar zo'n mooi horloge met cijfers die licht geven. Als u bij ons komt, mogen de kinderen om beurten dat spelletje doen. U weet wel: dan stoppen ze hun hoofd in dat donkere hoekje onder uw jas en dan zien ze licht. Notaris, kijk niet naar het donkere in de mensen. Kijk eens onder uw jas in het donker, dan zult u een licht zien. U moet het wel willen zien."

En de notaris zweeg. Want hij voelde, van der Meij had gelijk. Want hij zag toch wel de goedheid en de onbevangenheid van kinderen. Waarom dan niet van alle mensen? Als hij eens in het donker van zijn eigen ziel ging kijken, of, zoals van der Meij het zojuist zei: "Kijk eens onder uw jas notaris, dan zie je licht". En dat alle mensen een licht ontsteken met Kerstmis, was toch goed!
En als een blij mens ging Sytze Dijkstra naar huis. Blij dat hij niet mopperde op de mensen en zich bevrijd voelde van zijn donkere kijk op de wereld!

 

Het was al laat, de lichten in de huizen waren uit. Eén licht in de verte brandde nog. Dat was zeker nog van iemand die héél blij was dat het Kerstmis was. En hij liep verder. Het licht in de verte brandde nog steeds. En toen hij bij zijn huis kwam, brandde dat licht nog. Het was de kaars die de kleine Douwe had aangestoken en die hij vergeten had uit te blazen.
En de notaris bleef staan voor het raam en keek naar het licht. Dit was voor het eerst in zijn leven dat bij hem het kerst-licht scheen…

Social Media