Het kerstverhaal van Joost

 

Het kerstverhaal van Joost.

 

Joost staart uit het raam. Hij kijkt naar de sneeuw die als een witte deken over de tuin ligt. Sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. De deken van sneeuw wordt steeds dikker. Joost zucht. Het is bijna Kerstmis. Pappa wil graag een hond in huis. Nu mamma er niet meer is, is het thuis niet meer zo gezellig. Pappa is niet vaak meer vrolijk en veel aan het werk. Pappa wil daarom ook graag een hond. De hond zou dan een beetje op Joost kunnen passen als hij wat later thuis is. Want Joost komt na school vaak alleen thuis. “Maar ik wil helemaal geen hond” zegt Joost hardop. Joost houdt niet zo van honden. Hij vindt poezen leuker. Hij zou het liefst een knuffelige poes willen. Zo eentje waar je lekker mee op de bank kunt zitten. Een poes die lekker tegen je aankruipt en die op je dekbed ligt te slapen als je bed ligt. Joost heeft wel eens een plaatje van zo’n poes gezien. Maar pappa wil er niets van weten.


 

Het is een witte. Met zwarte pootjes, een zwart kopje, zwarte oren en een zwarte staart. En met de mooiste blauwe ogen die Joost ooit heeft gezien. Maar pappa vond een poes geen goed idee. “Een hond is beter Joost. Die kan op het huis letten als jij thuis bent en ik nog moet werken. Met een hond kun je fijn buiten spelen. En we kunnen fijn met de hond gaan wandelen”. Joost zucht nog eens. Hij kijkt nog eens naar buiten.

De maan laat haar licht schijnen over de witte wereld buiten. De poes op zijn plaatje is net zo wit als de sneeuw buiten. Het is wel een mooi gezicht. “Wie weet”, zegt Joost, “als ik een wens doe dan komt die wens misschien wel uit”. En Joost doet zijn ogen dicht…“Joost, kom je”, roept zijn vader de volgende dag.

 

“Het is bijna kerst, we gaan boodschappen doen. En we gaan bij het asiel langs. We gaan kijken of er een hond is die met kerst bij ons wil zijn”. Joost pakt de tassen voor de boodschappen en met een diepe zucht loopt hij achter zijn vader aan naar buiten. “Je kijkt helemaal niet vrolijk” zegt zijn vader. “Wat is er aan de hand”? “Niets” zegt Joost zachtjes en hij probeert een vrolijk gezicht te trekken. “Hee, kerel, het is ook allemaal niet makkelijk. Kerst zonder mamma vind ik ook heel moeilijk, maar misschien is er een hond die ons wat vrolijker kan maken”. Joost lacht weer een beetje. Zijn vader steekt zijn hand uit naar Joost en samen lopen ze naar de auto. Bij het asiel is het een kabaal van jewelste. Allemaal honden en katten die blaffen en mauwen. Pappa maakt met een dierenverzorger een praatje.

  

Joost kijkt eens goed naar de dierenverzorger. Het is een oude man met een baard en lang haar. Hij is een beetje dik. Maar hij kijkt heel vriendelijk. Hij vertelt de vader van Joost over de verschillende honden in het asiel. Ze hebben een Duitse herder, die vindt Joost stiekem veel te groot. En ze hebben een Maltezer, maar dit vindt pappa veel te klein. Joost gaat even bij de hokken kijken. Sommige honden zijn heel nieuwsgierig en komen bij hem kijken. Er is ook een hond die heel hard blaft. Joost deinst verschikt achteruit. “Die moet het maar niet worden” denkt hij. In het hok daarnaast zitten tot zijn verrassing allemaal kleine hondjes! Ze buitelen om elkaar heen en hebben de grootste pret. Joost blijft staan. “Deze zijn eigenlijk wel heel erg leuk, ze lijken niet op de poes op mijn plaatje, maar ze lijken wel heel lief”.

De dierenverzorger komt naast Joost staan. “Dit is een nestje golden retrievers”, vertelt hij. “Vind je ze leuk”? Joost aarzelt nog een beetje. “Ze lijken wel heel lief”, zegt hij zachtjes. “Wacht”, zegt de dierenverzorger, ik zal het hok even opendoen. Dan kun je ze even van dichtbij bekijken. De dierenverzorger doet het hok voorzichtig open. Joost komt voorzichtig dichterbij. Er komt een hondje naar Joost toegehuppeld. Hij snuffelt voorzichtig aan zijn Nike schoenen. Joost deinst een beetje achteruit. “Ben je bang voor honden”? vraagt de dierenverzorger. Joost kijkt in zijn vriendelijke ogen “Een beetje”, fluistert hij.

De vader van Joost komt ook bij de hondje kijken. Hij gaat op zijn knieën zitten en krabbelt het hondje achter zijn oor. “Wat vind je van deze”, vraag hij. Ze zijn nog wel klein, maar als ze groter groeien zijn het fijne honden. “Kom er eens bij zitten, dan kun je even goed kijken”. De dierenverzorger heeft een beter idee. “Ga maar even op het stoeltje daar zitten” zegt hij. 

 “Dan breng ik er eentje naar je toe en kun je hem vasthouden en aaien”. “Joost gaat zitten”. De dierenverzorger komt met het kleine hondje bij hem en legt het hondje in zijn armen. Het hondje is heel rustig. En wat is hij lekker warm en zacht! Joost aait het hondje over zijn rug. Dat vindt het hondje heel fijn. “Joost vindt het leuk, maar hij aarzelt nog een beetje. Hij kijkt nog wat rond en aait het hondje nog eens.

En dan… ziet hij twee kleine blauwe oogjes die door de tralies van een klein hokje kijken. Twee zwarte oortjes draaien nieuwsgierig zijn richting op. Een zwarte staart tikt zachtjes op de vloer van het hok. En een neusje snuffelt voorzichtig in zijn richting. Joost krijgt het helemaal warm van binnen. De dierenverzorger ziet de reactie van Joost. “Vind je die poes leuk”, vraagt hij? Joost knikt voorzichtig ja.

De dierenverzorger neemt het hondje van Joost over en Joost loopt in de richting van het hok van de poes. Hij knielt bij haar neer. De poes snuffelt aan Joost zijn handen en maakt zachte geluidjes. “Prrr” zegt ze en geeft kopjes aan Joost zijn broek. Joost krijgt een brok in zijn keel. Dat is de poes van zijn plaatje! Heel zacht aait hij over haar kopje. “Wat is ze zacht”! Joost zou nog wel even bij haar willen zitten maar zijn vader roept hem. “Joost kom eens hier”! Joost kijkt op en loopt snel naar zijn vader. “Joost, ik vind dit hondje wel heel leuk”. Wat zou je er van vinden als we hem nemen? Dat is dan mijn kerstcadeau voor jou. Zijn vader kijkt zo blij. Het is lang geleden dat zijn vader zo blij was. “Dat is goed”, zegt Joost zachtjes. “Prima” zegt zijn vader.

Als jij vast naar de auto gaat dan regel ik met deze meneer de rest. Zijn vader draait zich om en loopt met de dierenverzorger mee naar kantoor. Joost gaat nog even snel bij de poes kijken. Ze zit nog steeds in haar hok maar lijkt een beetje verdrietig. “Ik ben ook verdrietig”, zegt Joost. “Ik had jou heel graag gewild, maar pappa is heel blij met een hond. En ik ben blij dat pappa weer een beetje blij is”. Hij aait de poes nog even. De poes legt haar kopje in zijn hand en kijkt hem aan alsof ze wil zeggen “ik begrijp jou ook, maar toch is het jammer”. Joost trekt zijn hand voorzichtig weg en loopt snel naar de auto.

Bij de uitgang komt hij de dierenverzorger tegen. “Hee”, zegt hij. “Gefeliciteerd met je hond”. Ik heb nog wat voor je. Hij geeft Joost een kerstkaart. “Dankjewel” zegt Joost. Hij draait de kaart om. Er staat een mooi plaatje op van een jongetje die uit het raam naar de maan kijkt. Hij zit op de vensterbank. Links van het jongetje zit een gouden hond. En rechts een wit met zwarte poes. Joost lacht.

“Het klopt bijna”. Van de hond dan, niet van de poes. Hij wil de dierenverzorger bedanken maar hij is al weg. Joost loopt maar gauw door naar de auto…

  

De volgende ochtend is Joost druk bezig met het versieren van de kerstboom. Er komen heel veel lichtjes in. Voorzichtig hangt hij de rode ballen in de boom. De vader van Joost staat op de keukentrap. Hij is bezig met de piek. Gisteren zijn ze nog heel lang in de stad geweest om spullen te kopen voor de hond. Onder de boom ligt nu een nieuwe hondenmand. Een leren riem hangt aan een haakje bij deur. En ze hebben een lekker warm dekentje gekocht. Joost denkt nog vaak aan de mooie poes. En de kerstkaart heeft hij op zijn nachtkastje gelegd. Tring, tring, daar gaat de deurbel. “Doe jij even open Joost”, vraagt zijn vader. “Ik sta er zo onhandig bij”. Joost loopt naar de deur en doet open. Zijn mond valt open van verbazing. De kerstman staat voor de deur! Met in zijn armen een hele grote doos.

En twee paar oogjes staren hem aan. Een bruin paar, van de jonge golden retriever, maar ook een blauw paar! “Vrolijk kerstfeest”, zegt de kerstman en hij geeft de doos aan Joost. Joost neemt de doos aan en kijkt nog eens goed, die kerstman komt hem heel bekend voor. Joost wil de kerstman bedanken maar hij is weg. “Joost, is alles goed”, hoort hij zijn vader vragen. “Doe de deur eens dicht”, het is hartstikke koud buiten. Zijn vader loopt hem tegemoet. “Hee, je cadeau is er al”, lacht hij. Wat vind je er van? Joost lacht. “Het is er niet een, het zijn er twee”, zegt hij zachtjes. “Hoezo”, vraagt zijn vader. “Ik begrijp het niet helemaal”. “Laat me eens kijken”.

 

Samen brengen ze de doos naar de woonkamer. “Ik begrijp er niets van. Ik heb alleen maar een hond gekocht. Er is vast

 iets fout gegaan. Ik ga meteen met het asiel bellen”. Joost zijn vader loopt weg. “Joost knielt bij de doos en aait om beurten het hondje en het poesje. Hij voelt zich helemaal blij. Joost zijn vader komt terug. “Echt heel gek” zegt hij. Bij het asiel weten ze niets van een poes. Wie heeft je die doos gebracht”? “De kerstman”, zegt Joost. “Bij het asiel weten ze wel van de hond maar niet van de poes.

En ze missen ook geen poes. “De poes kijkt naar de vader van Joost en mauwt zielig. “Joost, zegt hij, ik denk dat we boodschappen moeten gaan doen…we hebben niets voor de poes…en ik denk dat ik iemand heel gelukkig maak als ik zeg dat we haar houden”.

Joost lacht en geeft zijn vader een dikke knuffel.

  

Het is kerstavond. Joost zit in de vensterbank. De deken van sneeuw is nog dikker geworden. Het is koud buiten. Maar Joost heeft het niet koud. Aan zijn linkerkant zit nu een gouden hondje en aan zijn rechterkant zit een zwart met witte poes. Soms komen dromen uit!

Fijn kerstfeest!

Social Media